Stay a night with style

You’ll have everything to make your stay effortlessly luxurious and enjoyable.

Over ons

  • aubout_us_01.jpg

Altembrouck ligt midden in de Voerstreek, een gebied tussen Luik, Maastricht en Aken, dat qua landschap eeuwenlang onveranderd is gebleven. Ook al lijkt het dat de tijd hier stil heeft gestaan, de geschiedschrijving is er niet minder boeiend om.

Ooit bestond er in de vroege Middeleeuwen een kleine gouw (de Luigau) waarbij de hoofdhof hier in 's-Gravenvoeren lag. Voeren was in die tijd een Karolingisch kroondomein bestuurd (beheerd) door een graaf. In dit voormalig koningsgoed werd in 878 de overeenkomst gesloten aangaande verdeling van Lotharingen tussen de koning van Frankrijk, Lodewijk de Stamelaar en de koning van Duitsland, Lodewijk de Smalle, de respectievelijke zonen van Karel de Kale en zijn broer Lodewijk de Duitser die in 870 de historische ontmoeting in Meerssen hadden.

Uit een schenking van Graaf Conrad in 1083 weten we dat de parochie Voeren bestond uit de tegenwoordige kerkdorpen 's-Gravenvoeren, Noorbeek, Mheer en Banholt, Warsage en Aubel, Sint Martenvoeren, Sit Pietersvoeren, St. Jean-Sart en Slenaken.

Rond 1100 was graaf Thibald tevens heer van Valkenburg. Bij het kinderloos overlijden van Thibald in 1106 werd de gravenzetel van Voeren naar het naburige Dalhem verplaatst. Om maar aan te geven hoe hecht deze streek ooit in elkaar gevlochten is geweeest.

Midden in dit historische gebied lag rond 1300 een "Broeke bi Voeren". Etymologisch betekent "broek": gedraineerd en in weilanden herschapen moeras. In de loop der tijden zijn inderdaad een aantal broekgronden door afwateringswerken (zoals het aanleggen van vijvers) in hooilanden en beemden veranderd. De oudstgekende heer van Broek (anno 1314) is een zekere Jan van Voeren, waarschijnlijk nog een verre afstammeling van de graven van Voeren. In zijn tijd was Altembrouck een leengoed van de graven van Dalhem.

In 1371 neemt Reinier van de Broekke deel aan de bekende Slag van Baesweiler.

Van 1355 tot 1511 is het kasteel in het bezit van het geslacht Melcops. Via verhuwelijking komt het in bezit van de familie Holset die er woont tot 1624.

In de 16e eeuw, wanneer "ons" Broek (of Brook zoals Voerenaars het zeggen) verbonden wordt aan de familie van Hoensbroek, evolueert de naam tot "Aldenbroek", het oude Broek in tegenstelling tot het jongere Broek van Hoen. Het wapenschild van Altenbroek en het wapenschild van Hoensbroek hebben trouwens gemeenschappelijke kwartieren. In 1629 werd Altembrouck eigendom van Jan de Berghe, tevens Heer van Noorbeek.

In 1714 is ridder de Winckel, heer van Altenbroek én van de heerlijkheid Noorbeek, nog altijd verbonden met Hoensbroek middels zijn functie van adjudant van Antonius van Hoensbroek.

Napoleon and AltembrouckDe bekendste eigenaar van Altembrouck is wel de familie de Schiervel.. Zij komt op het kasteel in 1790 wanneer de advokaat Pierre Joseph de Schiervel trouwt met de erfdochter van de toenmalige eigenaar de Fassin,Marie Claire . Vader de Fassin verlaat dan Altembrouck en geeft kasteel en hoeve aan zijn schoonzoon. Dit gaf aanleiding tot de legende die Carolus Waelbers uitspon in zijn gedicht: "Op Waterloo" De jonge de Schiervel neemt de leiding van de hoeve persoonlijk in handen en toen Napoleon de grenzen met Engeland sloot, introduceerde hij de schapenteelt in het dal van de Noorbeek. Als stamhoofd van de Schiervels op Altembrouck was hij een eminente persoonlijkheid. Van 1812 t/m 1827 was hij burgemeester van 's-Gravenvoeren en vóór 1830 lid van de Tweede Kamer der Staten Generaal van Nederland. Later wordt hij ridder in de orde van de Belgische Leeuw. Hij overlijdt te Altembrouck op 25 jan. 1831 op 76 jarige leeftijd. Zijn zoon Louis de Schiervel wordt gouverneur van de nieuwe belgische provicie Limburg en maakte zich o.a. dienstbaar door de aanleg van een nieuwe weg tussen Hasselt en Maastricht. Uit dankbaarheid voor de bewezen diensten liet de gemeenteraad van Hasselt de boulevard tussen Kuringen en Luikerpoort de Schiervellaan noemen. Zijn broer, Henri de Schiervel werd net als zijn vader burgemeester van 's-Gravenvoeren en woonde tot zijn dood op Altembrouck. Hij maakte eerst de onafhankelijkheid van België mee en moest vervolgens accepteren dat het tegenwoordige nederlands Limburg onder dwang aan Nederland werd afgestaan. Dit was een zware klap voor 's-Gravenvoeren omdat het door de nieuwe Belgisch-Nederlandse grens, die dwars door het landgoed Altembrouck liep werd afgesloten van de dorpen in Nederland, zoals Mheer, Noorbeek en Slenaken, waarmee het voorheen een economische eenheid vormde (Die omspande het hele gebied tussen Valkenburg en Dalhem).

 

Baron de Schiervel (1819-1898)Henri's zoon Jacques Gustave de Schiervel, verwerft de titel baron van zijn oom Louis, de gouverneur, na zijn huwelijk met de dochter van de bekende Charles Ghislain Vilain XIIII (Vilain quatorze), lid van het Nationaal Congres (de eerste belgische regering), later minister van Buitenlandse zaken en buitengewoon minister van het Vaticaan.
Een dochter uit deze verbintenis, Marie-Philipine Ghislaine Josephine trouwt in 1878 met Arthur de Behault, de grootvader van monsieur Jean en monsieur André, nog bekend bij vele oud Voerenaren. Gustave baron de Schiervel werd bij zijn dood in 1898 bijgezet in de familiegrafkelder naast de parochiekerk van 's-Gravenvoeren. Met zijn heengaan kwam een voorlopig einde aan de permanente bewoning van Altembrouck. foto: Baron de Schiervel (1819-1898)

 

De Behaults waren gehuisvest te Gent op kasteel Gend'hof te Buggenhout. De zoon van Arthur de Behault,Adrien, geboren 7 febr. 1884 was officier tijdens de oorlog 1914-1918 en huwde met Annette de la Croix, dochter van de eerste minister de la Croix (na 1914-1918). Het was Adrien de Behault die samen met zijn vrouw en drie zonen Altembrouck gebruikte als zomerverblijf. Bij hun overlijden wordt het landgoed verdeeld. Kasteel en park gaan naar zoon Jean, boerderij en landerijen naar zoon André.

In 1994 wordt het kasteel door hun erfgenamen verkocht aan de huidige bewoners. Goed een jaar later worden ook boerderij en landgoederen gekocht, waardoor het landgoed uiteindelijk werd herenigd. Na 100 jaar is het kasteel nu weer bruisend van activiteit.